Zwangerschap Cavia deel 2.
PS: Lees eerst ''zwangerschap en voortplanting cavia'' Want dit is deel 2 zwangerschap cavia. Dus het vervolg. Kijk in het hokje ''logs'' aan de linkerkant, daarin staat het overzicht van al m'n logs, daar kun je aanklikken wat je wilt lezen zonder naar beneden te scrollen. De logs staan van achter naar voor. Ik heb dus zwangerschap cavia deel 2 als laatste gemaakt. Nieuwste logs staan namelijk eerst.
Moet je de zwangere zeug met rust laten of juist niet?
Als ze gewent is met rust gelaten te worden, moet je haar niet opeens uren op schoot nemen. Maar als ze gewent is om bijvoorbeeld de hele avond bij je te zitten, moet je haar niet opeens alleen maar in haar kooi houden. Alle veranderingen, als jij die door wilt voeren, dien je die altijd heel langzaam en rustig in te voeren, en heel geleidelijk het liefste nog voor ze zwanger is. Maar er is geen enkele reden om de ritmes en gewoontes te veranderen als zowel jij als zij er lol aan beleven! Alleen als je merkt dat ze er moeite mee krijgt om iets langer vol te houden, moet je haar daartoe niet dwingen en dien je dat te veranderen. Bijvoorbeeld haar minder lang op schoot houden. Wat je wel moet doen is haar voldoende rust geven. Zeker als ze (veel) dikker begint te worden, heeft ze rust nodig. Aan de andere kant, als ze luidkeels te kennen geeft dat ze wel de hele avond bij jou wil zitten en als ze protesteert als je haar terug wilt zetten, is er niets op tegen om de hele avond gezellig op de bank te zitten. Het gaat er dus om wat zij wil en wat zij plezierig vindt.
Bevalling van de cavia
De bevalling; Hoe loopt een normale bevalling?
De bevalling vindt plaats gemiddeld 68 dagen na de bevruchting.
Maar kan ook tussen de 59 en de 72 dagen na de bevruchting zijn.
De bevalling bestaat uit 3 delen: de ontsluitingsfase, de uitdrijvingsfase en de nageboorte. De geboorte duurt ongeveer een half uur. De uitdrijvingsfase en de nageboorte. De ontsluitingsfase duurt beduidend langer dan dat halve uur. Ook als je percies weet wanneer je cavia bevrucht is, dan nog komt de bevalling meestal als een verrassing. Er zijn weinig zeugen die percies op de uitgerekende dag bevallen. Bij het eerste nestje duurt het meestal 1 of 2 dagen langer dan de uitgerekende dag. Bij grotere nesten duurt het meestal een paar dagen korter en bij 1 jong duurt het meestal wat langer.
De ontsluitingsfase
De ontsluitingsfase begint ongeveer 48 uur voor de bevalling,
hoewel sommige symptonen al 2 weken van tevoren kunnen optreden. De bevalling wordt ingeleid door de volgende symptonen.
Slijmpropverlies
De slijmprop is en propje van slijm in de baarmoedermond, dat de baarmoeder afgesloten houdt van de buitenwereld. Het verliezen van slijm houdt in dat de bevalling op komst is. Maar omdat de slijmprop ook 1 of 2 weken voor de bevalling verloren kan worden is dit geen duidelijke aanwijzing.
Bloedverlies
Soms kan er wat bloed verloren worden tijdens de ontsluitingsfase.
Weeen
Weeen kunnen soms al 2 dagen van te voren beginnen. De zeug kan dan puffende geluidjes doorbrengen, of gepiep dat anders klinkt dan het normale gepiep. De weeen ontstaan doordat de baarmoeder zich samentrekt. Meestal een paar uur van te voren beginnen de 'echte' weeen, de weeen die een inleiding zijn voor de uitdrijvingsfase.
ontsluiting
door weeen onstaat er ontsluiting. Ontsluiting is het oprekken van de baarmoederhals en de baarmoedermond zodat deze grootgenoeg zijn om de jongen door te laten. Volledige ontsluiting is als de baarmoeder en de vagina even wijd zijn.
De eerste centimeters gaan altijd het langzaamst, daarna gaat het sneller. Bij het eerste nestje gaat het langzamer dan als de zeug al eerder bevallen is.
Vruchtwaterverlies
Het vruchtwater zit in de vliezen die de jongen omgeven. Als het vruchtwater breekt, is dat zeker een teken dat de bevalling begonnen is. Want die vliezen breken meestal pas als er volledige ontsluiting is bereikt.
Bekkenopening
Het bekken zet ongeveer 48 uur voor de bevalling sterk uit. Dat het bekken uitzet is nodig omdat anders de opening voor de jongen te smal is. De bekkenbeenderen worden samenghouden door bindweefsel. Dit bindweefsel gaat ( tot al 2 weken voor de bevalling) langzaam aan losser zitten tot de beenderen los zitten. Je kan dit ook voelen bij de zeug door de vulva te voelen, net onder het staartbotje.
Uitdrijvingsfase
De uitdrijvingsfase duurt ongeveer tussen de 10 en 30 minuten. Als de baarmoedermond voldoende is opgerekt en een geheel vormt met de baarmoeder en alles klaar is om de jongen uit te drijven, volgt de uitdrijvingsfase die gekenmerkt wordt door persweeen. Persweeen zijn samentrekkingen van alle spieren in de onderbuik en in de baarmoeder bij elkaar. Deze enorm krachtige samentrekkingen er voor dat de jongen door de vagina naar buiten geduwt worden.
Omdat persweeen worden veroorzaakt door de spieren in de onderbuik en niet door de baarmoeder zelf, kunnen persweeen tegen worden gehouden. Dit is bijzonder nuttig indien de cavia in het wild ineens met gevaar wordt geconfronteerd. Indien ze geen controle over de persweeen zou hebben, zou ze, als bijvoorbeeld een roofdier haar ontdekt zou hebben, geen enkele kans hebben en haar jongen ook niet.
De zeug zal zich meestal tussen haar voorpoten door voorover buigen zodat ze bij de jongen kan. Ze bevalt dus staand. Alleen als ze heel moe is zal ze gaan liggen, maar dan is er meer aan de hand en dien je waarschijnlijk naar de dierenarts te gaan. Ze zal zodra ze erbij kan het jong dat op het punt staat geboren te worden, vastpakken. Ze doet dit met haar snijtanden en grijpt daarmee achter de snijtanden van het jong. Dat heeft 2 voordelen:
- Als ze het jong vastheeft, kan ze het eruit trekken wat de bevalling vergemakkelijkt voor zowel haar omdat ze dan minder hoeft te persen, als voor het jong omdat het dan korter onderweg is.
- Als ze het jong acher de snijtanden beetpakt met haar eigen snijtanden, snijdt ze met haar tanden het vlies door dat om het jong zit. Op die manier kan het jong ademen. Het kan zijn dat de zeug het vlies opeet, maar het kan ook zijn dat er een stuk op het jong blijft zitten. Zolang dat niet over z'n neus of mond zit, is het niet erg.
Nageboorte
Nadat de jongen geboren zijn volgen de nageboortes ( de placenta's) De placenta of nageboorte wordt ook wel moederkoek genoemd. Als de jongen geboren zijn, wordt de baarmoeder kleiner. Omdat de baarmoeder kleiner wordt en door de samentrekkingen van de baarmoeder, laten de placenta´s los.
Omdat placenta´s letterlijk losscheuren van de baarmoeder, gaat dit altijd gepaard met bloedverlies. Deze bloedingen stopppen vrij snel. De zeug eet placenta´s op, hoewel ze er soms eentje laat liggen. Er zijn een aantal redenen waarom ze dat doet:
- In de moederkoek zitten uiteraard voedingsstoffen en de gewoonte om de moederkoek op te eten stamt uit de tijd dat de cavia nog in het wild leefde en het moeite koste om voedsel bij elkaar te zoeken. Zeker in de kwetsbare periode direct na de bevalling als de moeder nog niet voldoende is herstelt om al zelf eten te gaan zoeken, is het eten van moederkoek een goede manier om aan energie te komen.
- Door het opeten van moederkoek en het uitwissen van ieder spoortje van de bevalling, zoals bloed, zorgt ervoor dat er geen roofdieren op het bloed of de geur afkomen.
- In de moederkoek zit veel vitamine B6 en dit gaat depressies tegen. Dus ook een post-natale depressie. ´´Nataal betekend in latijn´de geboorte´en post betekent ´na´.
- Doe moederkoek zal ook stoffen bevatten die ervoor zorgen dat huid en haar in goede conditie blijven en dat de overgang van zwanger zijn naar niet - zwanger zijn geleidelijker verloopt.
- een andere reden waarom de moederkoek wordt opgegeten is dat dit de melkproductie stimuleerd.
Na de bevalling
Na de bevalling kan de zeug nog wat bloeden en de baarmoeder kan pijn doen. Deze trekt immers samen om de afmetingen aan te nemen die de zeug voor de zwangerschap had. Het geven van borstvoeding stimuleert dit samentrekken wat de genezing ten goede komt.
Navelstreng
De moeder bijt vrijwel altijd zelf de navelstreng door. Soms blijft er een sliertje navelstreng aan het jong zelf hangen; deze valt vanzelf binnen een paar dagen eraf. Hier hoef je niets aan te doen. Als de moeder de navelstreng nog niet heeft afgebeten en deze nog aan de nageboorte vastzit, dien je de navelstreng door te knippen. Dit kan je met een schaar doen of een ander scherp, schoon voorwerp. De schaar van te voren ontsmetten (met bijvoorbeeld Dettol) is een goed idee. Zorg ervoor dat je dat niet heel dicht bij het jong doet, maar liever wat verder van hem af; een stukje eraan laten hangen is beter.
Vruchtwater
De ene cavia heeft veel meer vruchtwater dan de ander. Hierdoor kan het gebeuren dat een cavia die heel dik is, weinig jongen baart terwijl een cavia die redelijk smal blijft, best veel jongen kan baren.
Foto onder: Een zeug met haar pasgeboren jongen, schoon en droog.
Direct na de bevalling
Zodra het jong geboren is zal de zeug het vlies eraf trekken en het opeten en het jong schoon likken. Het kan echter voorkomen dat de jongen zo snel na elkaar geboren worden, dat ze daar geen tijd voor heeft. Na de geboorte zal ze even uitpuffen. Ze zal ook zichzelf, de jongen en de omgeving schoonmaken. Het is dan ook normaal dat je dan vrij snel bijna geen tekenen van de bevalling meer ziet, zoals bloed en placenta's. Soms eet de zeug niet alle placenta's op en als ze dat niet doet, is de placenta niet goed. (vaak is dat dan een zwak, of doodgeboren jong) Of het zijn er teveel.(het komt voor dat ze bij een worp van 6, een of twee placenta's laat liggen. De jongen zijn direct na de bevalling nog nat. Je kan ze direct na de bevalling nog even oppakken om te kijken of ze gezond zijn, of alles erop en eraan zit en om te zien van welk geslacht ze zijn, maar dit mag niet langer dan een paar tellen duren want het is veel belangrijker dat ze bij de moeder blijven. Ze zijn immers nog niet gewent aan deze wereld, ze zijn nat, en daarom hebben ze het koud(er) en de moeder verschaft zowel warmte als veiligheid. Ze drinken nog niet direct. Ze kunnen ook nog niet direct goed lopen. Als ze lopen zal dat eerder wat wankelen of waggelen zijn. Dit trekt vanzelf bij.
Tot 12 uur na de geboorte
De moeder moet natuurlijk bijkomen van de bevalling en de jongen moeten natuurlijk bijkomen van het feit dat ze geboren zijn. Het kan zijn dat de moeder eerst even een paar uur gaat slapen en daarna, als ze weer wat op krachten is, zichzelf, de jongen en de omgeving verder schoonmaakt. Het is niet ongewoon dat spierwitte cavia's na hun bevalling weer spierwit zijn en je geen 1 bloedspatje terug vindt. Want zeugen maken, als ze daaraan toezijn, altijd alles bloedvrij. Dat stamt nog uitde tijd dat ze in het wild leefden, bloed trekt immers roofdieren aan.
Het kan zijn dat de jongen al willen drinken of proberen te drinken, maar het kan ook zijn dat ze dat helemaal nog niet doen. Dat is ook helemaal niet erg, want meestal is het zo dat ze de eerste 12 uur na de geboorte nog niet drinken. Ze hebben nog reserves meegekregen van de moeder en daar teren ze nu op. Je kan ze, als ze helemaal droog zijn, wegen zodat je hun geboortegewicht weet.
Nestvlieders
Een baby cavia weegt ongeveer 10% van het gewicht van zijn moeder. Dat is ongelooflijk veel. Als een mensenbaby 10% van zijn moeder zou wegen, zou een vrouw van 75 kg een baby van 7,5 kg krijgen. Veel diersoorten krijgen dan ook beduidend kleinere baby's. De pups van duitse herders wegen 1% van het gewicht van hun moeder, pups van een poedel wegen 5% van het gewicht van hun moeder, en kittens ongeveer 4% van hun moeder. Kittens van brits korthaar wegen ongeveer 2% van het gewicht van hun moeder. Het aantal baby's speelt zeker een rol; zo krijgt een poedel ongeveer 3 tot 4 pups, maar een duitse herder kan er wel twaalf krijgen.
Een pasgeboren brits korthaar van 103 gram, weegt minder dan sommige pasgeboren cavia's, en dat terwijl een kat een veel groter dier is dan een cavia. De dracht van een kat en hond is gemiddeld 63 dagen, en daarmee dus korter dan een cavia, die gemiddeld 68 dagen is. Het konijn heeft een kortere draagtijd dan de cavia, namelijk zo'n 31 dagen. De jonge konijnen komen hulpeloos ter wereld en moeten eerst nog ongeveer 4 weken in het nest blijven voor zij redelijk zelfstandig de wereld verkennen. Maar het duurt dan nog een paar weken voordat ze echt zelfstandig zijn. De draagtijd van de muis is gemiddeld 20 dagen, die van een rat 22 en van een hamster 16. Ook deze jongen dienen eerst in het nest te blijven, omdat zij, net zoals konijnen blind en kaal ter wereld komen. En hetzelfde geld voor pups en kittens, ook zij zijn hulpeloos de eerste paar weken.
De jongen van de cavia echter, komen ziend en met een complete vacht ter wereld en kunnen ook vrij kort na de geboorte al lopen.
Het zijn dan ook miniatuurcaviatjes met alles erop en eraan. Dat ze zo ter wereld komen, en niet eerst in het nest moeten blijven komt omdat ze nestvlieders zijn. Een nestvlieder is eigelijk een jonge vogel die al vroeg het nest verlaat. Dit in tegenstelling tot een nestzitter, die er langer over doet voordat hij zelfstandig is. Deze term wordt ook voor cavia's gebruikt, maar is eigenlijk niet geheel correct omdat een cavia immers geen nest heeft en er ook nooit een maakt, ook niet voor de bevalling. De jongen komen in het wild echter wel op een beschutte plek ter wereld, en blijven daar tot ze goed kunnen lopen en rennen, wat meestal maar een paar uur duurt. En deze plek wordt door de moeder vaak gebruikt als rust en vluchtplek.
Foto Onder: Een pasgeboren baby cavia, alles erop en eraan.
Omdat de jongen nestvlieders zijn, verblijven zij ook veel langer in de baarmoeder, want het duurt gewoon een poos voordat zij helemaal ontwikkeld zijn. Je zou ook kunnen zeggen dat de ontwikkeling van een caviajong geheel en al in de baarmoeder geschied, en de ontwikkeling van vele andere dieren zoals pups en konijnenjongen, voor een deel in de baarmoeder plaatsvind en daarna nog verder gaat in het nest.
Uit hoeveel jonkies bestaat een nest?
De grootte van het nest kan varieren van 1 tot 14 jongen. Die veertien jongen zijn overigens wel in een labratorium ter wereld gebracht door een cavia en het verhaal verteld ook niet of ze het allemaal gered hebben. De meest voorkomende worpgrotte ligt ongeveer tussen de 3 en 6 jongen.
Hoe wordt het geslacht bepaald?
Het geslacht wordt bepaald door de beer, en het aantal door de zeug.
Hoe het bekken van de cavia een cruciale rol die het speelt bij de bevalling.
De jongen van de cavia zijn eigenlijk te groot om geboren te worden. Er zijn wel meer diersoorten die moeite hebben met het baren van hun jongen. Zo is een mens ook een diersoort die eigenlijk te grote jongen baart en een truukje toe moet passen om wel zulke jongen te krijgen. Bij mensen lukt dat ondermeer omdat de schedelbeenderen bij de baby, de zogenaamde fontanallen, nog niet aanelkaar gegroeit zijn. Tijdens de bevalling kunnen die overelkaar schuiven zodat het hoofdje wat kleiner wordt en alsnog door het geboortekanaal past. Maar het geboortekanaal wordt zelf ook groter doordat de bekkenbeenderen soepeler worden. Als dit te erg wordt kan het bekkenstabiliteit veroorzaken. Bij de cavia is bekkeninstabiliteit eigelijk de einige manier waarop jonge cavia's geboren worden. Een bekkeninstabiliteit gaat bij de cavia zelfs zover, dat de zeug vlak voor de bevalling bijna niet meer kan lopen; maar alleen nog maar kan hubben. De botverbinding tussen het bekken en de achterpoten is er eigenlijk niet meer. Deze bekkenbeenderen de beenderen die in het bekken rondom de vagina zitten, gaan vlak voor de bevalling losser zitten zo komt er ruimte rondom de vagina en kan de vagina oprekken zodat de jongen er doorheen kunnen.
Onder: Een rontgenfoto van de bekkenbeenderen van de cavia.
De botten waar het bekken uit bestaat, worden bijelkaar gehouden door kraakbeen en bindweefsel. Als een cavia wordt geboren is dit kraakbeen en bindweefsel redelijk soepel en kunnen de botten nog ten opzichte vanelkaar bewegen. Echter, naarmate de cavia ouder wordt, wordt deze verbinding steeds stugger en onbuigzamer waardoor de botten steeds vaster aan elkaar gaan zitten. Bij een bevalling gaat dit kraakbeen en bindweefsel weer losser zitten zodat de botten weer wat kunnen bewegen. Dit noemt men verweken. Echter, dit kan maar tot op zekere hoogte: als de botten al heel erg vastzitten aanelkaar doordat de verbinding muurvast zit, dan kunnen ze niet meer losser worden. En dan is er geen ruimte voor de jongen. Dit vast gaan zitten van de botten en het bekken gebeurd bij cavia's rond het eerste jaar. Het duurt ongeveer een week voordat het bekken na de bevalling weer vastzit en het zeugje normaal kan lopen.
Wat doet een Cavia die weeen heeft?
Dat verschilt van zeug tot zeug en de fase waarin de bevalling is. Sommige zeugen gaan stil in een hoekje zitten, anderen draaien rond of lopen heen en weer. Zich veelvuldig wassen komt ook voor, net zoals het niet stil kunnen blijven zitten en constant door de kooi lopen. De vacht kan uit gaan staan. Het kan voorkomen dat ze niet meer aangeraakt wil worden en dat ze bijt als je dat toch doet om duidelijk te maken dat ze daar niet van gedient is. Laat haar dan ook met rust. De meeste puffen en kreunen en piepen, Schreewen, gillen en hard piepen komt ook voor. Meestal staat de zeug een beetje voorover gebogen en ze kan ineen krimpen als ze een wee heeft. Het voorovergebogen staan kan lijken op de houding die ze aanneemt als ze een nachtkeutel direct opeet.
Moet ik helpen bij de bevalling?
Normaal gesproken niet. De cavia weet wat ze moet doen. Ook cavia's die voor de eerste keer bevallen schijnen meestal te weten wat ze moeten doen. Het wordt een ander verhaal als er iets mis gaat of als de zeug niet weet wat ze moet doen. Dan moet je wel helpen. Maar, zoals bij alles geld hier ook voor de volle 100% dat je weet wat je doet, je het beter niet kan doen. Snel naar de dierenarts is dan de enige optie. Aan de andere kant als je pas de volgende dag of over een paar uur bij de dierenarts terecht kan, en er zijn ernstige problemen die waarschijnlijk het leven van de zeug bedreigen, dan kan je beter iets dan niets doen. Wie weet heeft jouw actie dan toch nog positief effect. Het is dus hier ook een kwestie van goed voorbereid zijn en je volle verstand te gebruiken.
Wanneer moet ik de dierenarts inschakelen?
Altijd als je het niet vertrouwd. Of als je negatieve veranderingen bij de zeug ziet. Niet eten, niet drinken, stil zitten, met de vacht uitelkaar zitten, diarree, de jongen niet meer voelen, de bevalling die inzet maar niet doorzet. Alles wat anders is...is een reden om naar de dierenarts te bellen en te vragen wat er aan de hand is, wat je moet doen en of je langs moet komen.
DE JONGE CAVIA'S
DE JONGEN ZIJ GEBOREN.... WAT NU?
De zoogperiode, hoe loopt een normale zoogperiode bij cavia's?
De eerste dag
De jongen krijgen de eerste dag reserves van hun moeder mee, waardoor ze in ieder geval in de eerste 12 uur geen voedsel hoeven te hebben. Maar de meeste jonkies knabbelen een paar uur na de geboorte al aan groenvoer, hooi en alles wat ze maar een beetje te pakken kunnen krijgen, want ze vinden alles interresant. De eerste dag moet iedereen wennen: de moeder aan haar jongen, en de jongen aan het feit dat ze geboren zijn. De jongen lopen vaak wankelend en waggelend omdat ze moeten leren lopen.
De eerste paar dagen
Het kan zijn dat de moeder moeite had om te wennen aan haar jongen of het feit dat die opeens steeds bij haar wilden zijn
en bij haar willen drinken. Maar na een dag of twee is alles bijgetrokken en is de moeder eraan gewent en dan ziet het eruit alsof de moeder nog nooit iets anders heeft gedaan.
De eerste week
De eerste paar dagen kunnen de jonkies wat afvallen, maar dat ahlen ze daarna weer in. Sommige jonkies groeien iedere dag en zijn ook iedere dag zwaarder dan daarvoor, terwijl anderen soms een dagje op hetzelfde gewicht blijven staan. De jonkies volgen hun moeder overal en doen wat zij doet. Of proberen te doen wat zij doet, want ze eten nog niet met de pot mee, maar proberen dat wel, en ze zullen dan ook zeker afentoe wat opeten.
Plaatje onder: Caviamoeder met haar jongen: Hier proberen de jongen ook mee te eten met hun moeder.
De tweede week
In de tweede week zijn zowel de moeder als haar jongen gewend aan de nieuwe situatie, en zullen ze zich gedragen of het altijd al zo geweest is. De jongen leren, net als in de eerste week, van hun moeder door haar na te doen. Ze leren ook hoever ze kunnen gaan bij haar omdat ze, als ze iets doen wat ze niet goed vindt, op hun kop krijgen van haar. Ook in de omgang met andere cavia's leren ze hoever ze kunnen gaan. Al deze sociale interacties zijn nodig zodat ze later op een normale sociale manier kunnen omgaan met andere cavia's.
De derde week
De derde week is een overgangs periode naar de volgende week.
De jonkies zijn niet meer heel erg klein en onervaren, maar zijn ook nog niet zover dat ze het ouderlijk nest kunnen verlaten. Ze zijn heel erg actief en zullen nu ook door het hok heen rennen en racen.
De vierde week
De vierde week is de week wanneer de jongen gespeent worden.
Spenen betekend 'van de borst afnemen' of 'van de speen afnemen' Dus stoppen met het geven van moedermelk. Het ene jong zal eerder gespeent worden dan het andere; Dat ligt aan het jong. Het kan zijn dat de moeder het niet meer goed vindt dat de jongen bij haar drinken en hen afsnauwt of wegjaagt, maar het kan ook zijn dat de jongen zelf geen behoefte meer hebben om bij haar te drinken.
Zijn twee tepels genoeg voor meerdere jongen?
Een cavia kan meerdere jongen voeden, ook al heeft de cavia meerdere tepels. Bij meer dan 2 jongen zullen de jongen om de beurten drinken. Indien er meer dan 4 jongen zijn, of indien een jong erg achterblijft in de groei is bijvoeding aanbevolen.
Waarom krijgen jongen melk?
De meeste pasgeboren dieren kunnen nog niet direct hun eigen voedsel bij elkaar scharrelen. In moedermelk zit alles wat ze nodig hebben, niet alleen voedingsstoffen maar ook antistoffen tegen allerlei ziektes. Door moedermelk te drinken krijgen ze een betere weerstand en zijn ze beter beschermd tegen infecties.
De moeder heeft te weinig/te veel melk
Indien de moeder niet genoeg melk heeft om de jongen te voeren, is een pleegmoeder de mogelijkheid. Is die er niet? dan zul je de jongen zelf moeten voeren.
Wat is een normaal gewicht voor de moeder?
Wat een normaal gewicht is, hangt af van het gewicht dat ze woog toen ze beviel, van hoeveel jongen ze beviel, en hoeveel de jongen in het vruchtwater wogen. Het gewicht dat er na de bevalling ineenkeer afgaat, is zowel voor de jongen als voor het vruchtwater. Vruchtwater weegt ongeveer tussen de 20 en 50 gram per jong. Een jong weegt ongeveer tussen de 60 en 110 gram. Een zeugje zal gemiddelt zo'n 300 tot 500 gram minder wegen na de bevalling, maar het kan ook minder zijn bij een nest van 1 jong, of meer bij een groter nest.
Wat is een normaal geboorte gewicht bij de jongen?
Een normaal geboortegewicht ligt ongeveer tussen de 60 en 100 gram. Een laag geboortegewicht ligt ongeveer tussen de 40 en 60 gram. Een hoog geboorte gewicht ligt ongeveer tussen de 100 en 140 gram.
Foto Onder: Zo weeg je een baby cavia.
Hoeveel moeten de jongen aankomen?
De jongen moeten met 4 weken een gewicht bereikt hebben van 300 gram. Uitgaande van een geboorte gewicht tussen de 60 en 100 gram, houdt dat in dat een jong per dag ongeveer 7 a 8 gram zou moeten aankomen. Maar iedere groeicurve is anders omdat ieder jong anders is, dus vaststaande gewichten zijn er niet te geven. Het belangrijkste is echter dat een jong eet en gezond is, en dat iedere dag aankomt, (1 x een dagje niet aankomen, of 2 dagen niet aankomen kan geen kwaad, maar het moet geen gewoonte worden.
Met hoeveel weken en met welk gewicht mogen ze weg bij de moeder?
In principe met de 4 weken. De jonkies moeten in ieder geval minimaal 300 gram wegen en geheel zelfstandig eten mogen ze bij de moeder weg mogen. Zeugjes zijn over het algemeen wat kleiner dan beertjes. Indien een zeugje aan de kleine kant is met 4 weken, kan je haar het beste nog een week of 2 bij de moeder laten. Ook zeugjes die groter of groot zijn kun je het beste nog een week of 2 bij hun moeder laten. Beertjes kunnen met 4 weken geslachtsrijp zijn, en daarom moeten beertjes met 4 weken bij hun moeder weg. Indien een beertje nog erg klein is en nog bij de moeder drinkt, en absoluut geen pogingen heeft ondernomen om op zijn moeder of andere jonkies te rijden, (dus nog niet sexueel ontwikkeld is), kan je hem wat langer bij de moeder laten. Zodra hij echter wel sexueel gedrag vertoont, dien je hem er onmiddelijk bij weg te halen.
Beertjes die al vroeg op andere cavia's rijden.
Beertjes kunnen met het rijden op andere cavia's, dus al wiegend heen en weer lopen en het brommen (een laag langgerekt 'rrrrrrrrrrrrr' ) al beginnen ze als ze pas een paar dagen oud zijn. Dit is het oefenen van het sexueel gedrag, het hof maken met als bedoeling het paren. Maar beertjes die jonger zijn dan drie weken zijn nog niet voldoende sexueel ontwikkeld om een zeug te kunnen dekken. En de meeste beertjes kunnen nog geen zeug dekken als ze tussen de 3 en de 4 weken oud zijn. Als je twijfelt en denkt dat je een beertje hebt dat wel vroeg rijp is, kijk dan strax in het stukje hieronder bij ''vroegrijpe beertjes''
Vroegrijpe beertjes
Het kan gebeuren dat een beertje al erg groot is, en met 3 weken al boven de 300 gram zit, al geheel zelfstandig eet en probeert op zijn moeder en/of jonkies te rijden. Dan is het het verstandigste om hem bij z'n moeder en zusjes weg te halen omdat anders het risico groot is dat hij hen dekt. Zeugjes kunnen al met 4 weken geslachtsrijp zijn. Zet hem echter niet alleen in een kooi, maar samen met een andere cavia. Een jong dat je alleen zet is erg eenzaam, angstig en gestrest, en dat is geen goede basis voor de rest van zijn leven.
Jonkies weghalen bij de moeder
De moeder zal de jonkies met een week of 3, 4 spenen, maar dat wil niet zeggen dat haar melk dan van de ene op de andere dag op is. De melktoevoer moet langzaam opdrogen, anders kan de zeug klachten krijgen. Indien de zeug meerdere jongen heeft is het dan ook het verstandigste om ze niet allemaal gelijk weg te halen, maar om dat één voor één te doen. Zo kan de melktoevoer van de zeug langzaam opdrogen. Maar zo went ze ook geleidelijk aan het niet meer om zich heen hebben van jongen.
Foto onder: Dit jong eet al zelfstandig.
Foto onder: Een baby Coronet cavia. Zeer schattig in de palm van een hand.
Wanneer mogen ze naar het nieuwe baasje?
Als ze geheel zelfstandig eten en minimaal 4 weken oud zijn en minimaal 300 gram wegen.
De navelstreng zit er nog aan
Het kan gebeurn dat na de geboorte van het jong de navelstreng nog aan hem vastzit, dit kan verder geen kwaad zolang het niet bloedt. De navelstreng zal indrogen en na een paar dagen tot een week er vanzelf afvallen. Het kan zijn dat de navelstreng dermate lang is en dat het jong hindert; in dat geval kan je er een stukje afknippen, maar knip niet teveel af en zeker niet bij de buik.
Oogje kijkt omhoog
Het kan zijn dat één oogje omhoog kijkt terwijl het andere normaal kijkt. Dit wordt veroorzaakt door een tekorte oogbal spier. Deze terkt dan het oog omhoog. Normaal gesproken trekt het vanzelf weer bij en zal het oog tot een paar dagen of tot een paar weken de normale stand weer innemen. Indien dit niet het geval is, dien je naar de dierenarts te gaan.
Waas over het oog
Een witblauwe waas over het oog is een veelvoorkomend probleem. Je kan het insmeren met oogzalf (deze is bij de dierenarts te verkrijgen) of druppelen met colloidaal zilver. De dierenarts kan een vitamine A zalf geven, maar ook een cafzalf.
Dichtzittend oog
Een oog dat dicht zit komt relatief veel voor. Je kan het insmeren met oogzalf (deze is bij de dierenarts te verkrijgen) Of druppelen met colloidaal zilver. De dierenarts kan een vitamine A zalf geven, maar ook een cafzalf.
Krullende wimpers
Naar binnen krullende wimpers heet entropion; de wimpers raaken constant het hoornvlies aan, waardoor dit geirriteerd raakt en tot ontsteking kan leiden. Het oog kan ook een wit of blauwe waas krijgen. Je kan het oogje zalven met bijvoorbeeld cafzalf; soms duurt het enkele weken voordat het oogje klachtvrij is. Indien dat niet werkt, is de enige defenitieve oplossing het haarzakje uitschakelen zodat er geen haar meer kan groeien; dit kan de dierenarts doen. Omdat naar binnen krullende wimpers een erfelijke afwijking zijn dien je met dit jonkie niet te fokken.
Cafzalf
Er bestaan 2 versies van cafzalf een zware versie waar antibioticum inzit en een lichtere versie zonder antibioticum. De zware versie van cafzalf kan bij knaagdieren als bijwerking hersenverschijnselen geven waardoor hersenstoornissen kunnen optreden. Dit komt niet vaak voor, maar het kan wel gebeuren. Indien het geven van zwaardere cafzalf niet nodig is, kan je daarom betere de lichte geven. Dit is de Aureomycin oogzalf van AST farma bv.
Tepelproblemen
Kapotte tepels
Indien de jongen te hard aan de tepels zuigen omdat het zeugje te weinig melk heeft, kunnen de tepels kapot gaan. Je dient dan uiteraard de jongen bij te voeren, maar ook de tepels te verzorgen.
Lange uitgerekte tepels
Door het zuigen kunnen de tepels groter en langer worden. Soms worden de tepels na de zoogperiode weer kleiner, maar vaak ook blijven ze zolang. Zolang het zeugje er geen last van heeft hoef je er niets an te doen.
Rode tepel of rode plekken op de tepel
Roodheid is bijna altijd het symptoon van ontsteking. Dus dan is de kans is groot dat het zeugje een ontsteking heeft.
Dikke tepel
Een tepel wordt altijd wel een beetje dikker als hij melk geeft, maar als dikheid abnormaal is, dan is er sprake van een ontsteking. Dit geld ook als de huid eronder opzwelt.
Harde tepel of knobbel in de tepel
Een harde tepel of een knuidt knobbel in de tepel duidt op een ontsteking, ook als de knobbel niet gevoelig is.
Melklierontsteking
Een melklierontsteking wordt ook wel mastitis genoemd. Het is heel naar en bijzonder pijnlijk. Zeugjes kunnen zelfs mank gaan lopen van melklierontsteking en er kunnen abcessen ontstaan door een tepelontsteking dus er dient altijd -en zo snel mogelijk! behandelt te worden. De symptonen van een melklierontsteking kunnen zijn: tepel of tepels die rood, dik, gloeiend, kloppend en/of hard worden, wondjes of kloofjes in de tepels, koorts of verhoging, geen of minder zin in eten, algehele slapte.
Een melklier ontsteking onstaat door bacterieen die tepel binnen dringen. Dit kan door wondjes of kloofjes gebeuren, maar bacterieen kunnen ook 'gewoon' de tepel binnendringen via de opening waar de melk uitkomt. Melkstuwing (het voortduwen van melk uit de klieren) kan ook een oorzaak zijn; dit komt voor als de melkklier niet wordt leeggedronken en er dus melk in de klier achter blijft. Bij één jong kan dit sneller optreden dan bij veel jongen. Hygiéne is van belang, maar ook strikte hygiéne kan niet altijd een ontsteking voorkomen. Toch dien je de kooi heel schoon te houden; vieze plekken met urine en keutels dienen altijd verwijdert te worden. IJs koelt en verdooft de pijn, dus je kan de pijnlijke tepel indien hij rood is en gloeit, koelen totdat je van de dierenarts een behandeling hebt voorgeschreven gekregen. Is de tepel juist erg hard en pijnlijk, dan kunnen warme compressen uitkomst bieden. Melk wordt voornamelijk gemaakt van groenvoer;geef de zeug daarom twee dagen minder of geen groenvoer zodat de melkproductie tijdelijk afneemt.
Foto onder: Een melkklierontsteking bij een zeugje.
Tepelverzorging
Indien de tepels gevoelig of kapot zijn, maar er is geen sprake van een ontsteking, dan kan je de tepels verzorgen met kamillosan créme of met uierzalf. Als het na een paar dagen niet over is, dien je contact op te nemen met de dierenarts. J ekan ook de ene tepel inzalven en dan intapen zodat de jongen er niet bij kunnen komen. Je dient wel op te letten dat het niet gaat broeien. En de volgende dag het omdraaien. Zo krijgt iedere tepel weer één dag rust voordat ze weer 'moet'. Je dient uiteraard wel goed op te letten dat de jongen voldoende voeding krijgen. Een andere manier om te zorgen dat de tepels rust krijgen is door de jongen en de moeder een paar uur te scheiden. Dan kun je de tepels dik inzalven en dat steeds herhalen. Het nadeel hiervan is dat de jongen zullen gaan roepen en gillen om hun moeder. Je dient echter er altijd op te letten dat de jonkies aan blijven komen.
Extra teentje
Een extra teentje is een vierde teentje aan de achterpoot of een vijfde teentje aan de voorpoot dat iets hoger zit dan de andere teentjes. Het kan stevig of redelijk stevig aan de poot zitten, maar vaak bungelt het er maar bij. Soms zelfs is de verbinding tussen extra teen en poot niet meer dan een stukje huid waarmee het vastzit. Het nadeel is dat de cavia er ergens achter mee kan blijven haken, waardoor het scheurt of dat het teentje er helemaal afgetrokken wordt. Het meest ideale zou zijn het teentje direct na de geboorte meteen door de dierenarts laten verwijderen, maar dit is meestal geen haalbare situatie omdat niet alle dierenartsen huisbezoeken maken en omdat je een pasgeboren jong niet onnodig moet vervoeren. De meeste cavia's groeien dan ook op met een extra teentje en vaak wordt het teentje als de cavia toch onder narcose moet tijdens castratie bijvoorbeeld er dan ook afgehaald. Zolang de cavia er geen last van heeft kan het geen kwaad als het teentje blijft zitten. Een extra teentje is wel erfelijk. Dus moet je cavia's die een extra teentje hebben niet fokken.